Het Monument 

 

Huis Roodenburch
We zijn dankbaar dat we ons concept mogen neerzetten in zo'n prachtig monumentaal pand als dit. Regelmatig komen er veel vragen over de historie van Huis Roodenburch, we vertellen je graag hierover met broninformatie van Stichting Hendrick de Keyser; 

 

Datering               16de – 20e eeuw

Eigendom            2007

Restauratie         2009 – 2016

 

Gegevens over Huis Rodenburch (en het links naast Rodenburch gelegen Huis Henegouwen) gaan terug tot het eind van de 13de eeuw. In dit deel van de Wijnstraat, nabij de hoek met de Gravenstraat, bevond zich de grafelijke herberg, waar graven van Holland hun intrek namen wanneer zij in Dordrecht verbleven. Gedurende de 16de eeuw werd het huis bewoond door de ambachtsheren van Heerjansdam. In deze periode werd het verbouwd en samengevoegd met het rechter buurpand, genaamd ‘’t Schaek’’, waardoor het huis zijn grote afmetingen kreeg (12 meter breed en maar liefst 37 meter diep!). In 1594 kwam Rodenburch in bezit van de wijnhandelaar Casper Beck. Deze gebruikte de kelders voor wijnopslag en verhuurde de bovenverdiepingen. Tot 1757 was er de Bank van Lening gevestigd.

 

Het huis dateert in zijn huidige uiterlijke verschijningsvorm uit 1766. Toen werd het oudere casco verbouwd tot een voornaam patriciërshuis, in opdracht van Jacoba de Koning en Gijsbert Beudt. Het oude Rodenburch was erg donker, en om deze reden werd het huis gesplitst in een voorhuis en een achterhuis, met daartussen een binnenplaats. De bakstenen voorgevel werd nieuw opgetrokken in Rococo (Lodewijk XV)-stijl, en daar bovenop het 16de-eeuwse basement van grote blokken Namense steen. In het basement werd de voordeur geplaatst met daarvoor een stoep met smeedijzeren hekken waarin het jaartal 1766 was opgenomen. In 1779 werd het huis verkocht aan dominee Paul Bosveld. Na hem werd het nog door twee andere predikanten bewoond. In 1848 kwam Rodenburch in handen van mr. G. A. de Raadt, lid van de Tweede Kamer en burgemeester van Dordrecht. In 1852 volgde een interieurverbouwing op de bel-etage. Drie kamers werden voorzien van nieuwe schouwen en stucplafonds (het jaar van de verbouwing is tijdens de restauratie aangetroffen op de muurdam tussen de kozijnen in de linkerkamer. In 1883 werd de rechterkamer op de bel-etage samengevoegd tot een suite. In 1899 verloor het pand zijn woonfunctie. Het fungeerde onder andere als kantoor van notaris P. Jongkindt.

 

In 1920 kocht de Raad van Arbeid het huis. Het achterhuis werd afgebroken en vervangen door een grote kantoorzaal van één bouwlaag onder een plat dak. De opdracht voor de verbouwing werd gegund aan de Dordtse architect Carel Tenentie, die de kantoorzaal haar eigentijdse vorm meegaf. De zaal werd op de bestaande onderbouw geplaatst, gebruik makend van oude bouwmuren en een deel van de 18de-eeuwse achtergevel. De binnenplaats werd overkapt en aan de achterzijde kwam een kleine aanbouw. Nadat de Raad van Arbeid het pand had verlaten, was het jarenlang in gebruik als drukkerij van de firma Holster. In 2007 werd het sterk verwaarloosde pand door de Gemeente Dordrecht overgedragen aan Vereniging Hendrick de Keyser. Een grote restauratie is uitgevoerd van 2007 tot en met 2016.

 

Voorgevel in de Wijnstraat

De voorgevel van Huis Rodenburch heeft een basement van zware hardsteenblokken uit de 16de eeuw. Het fijn uitgevoerde metselwerk daarboven, de kozijnen en de kroonlijst met fraaie houten consoles, in Rococo-stijl, dateren uit 1766. Dit jaartal is te zien in het fraaie smeedijzeren hek (tijdelijk gedemonteerd). De midden vensters van de bel-etage en de eerste verdieping zijn door een houten omlijsting aan elkaar gekoppeld. De ramen hebben een roedeverdeling die hoort bij de 19de-eeuwse uitmonstering van de achterliggende kamers. Uit bouwhistorisch onderzoek is gebleken dat de huidige voorgevel ontstond als 18de-eeuwse kamplaag tegen ouder (afgehakt) metselwerk met behoud van het oude hardstenen basement.

 

Entree

Achter de voordeur bevindt zich een inpandige trap die, door de oude keldergewelven heen, opvoert naar een monumentale midden gang. De gang heeft zeer fraai stucwerk en langs de wanden een geleding van nissen, die mogelijk gecorrespondeerd heeft met de toegangen tot de kamers. Bij de modernisering van de kamers in de 19de eeuw is geschoven met deuren en kozijnen. Bij deze wijziging werd waarschijnlijk ook de houten lambrisering vervangen door een gestucte lambris met een geschilderde wit-grijze marmerimitatie. De gangmuren rusten op de onderliggende oude keldergewelven. De linker en rechter gangmuur dateren echter niet uit dezelfde tijd. Waarschijnlijk is in de 16de of 17de eeuw de rechter gangmuur in rode baksteen opgetrokken. De linker muur dateert uit de tijd van de grote verbouwing van 1766, toen de gang werd gecreëerd. In het metselwerk van de rechter gangmuur zijn bouwsporen van twee oudere doorgangen naar de voor- en achterkamers gevonden.

 

Bel-etage – suite aan de rechterzijde

De kamers aan de rechterzijde zijn in 1883 gekoppeld tot een suite en met schilderingen rijk afgewerkt in neo-Renaissancestijl (zie later neo-Rococo) door de Rotterdamse decoratieschilder Willem Adrianus Fabri (1853- 1925). Beide kamers hebben een zeer brede marmeren schouw met houten opbouw. Het plafond is door donker houten lijstwerk verdeeld in velden die zijn bespannen met sjabloon schilderwerk. De suite is versierd met imitatie tegelwerk op hout. Het geheel is beschadigd maar over het algemeen zeer compleet bewaard gebleven.

 

Bel-etage – kamer linksvoor

De linkerzijde van het huis is in de 19de eeuw minder zwaar verbouwd dan de suite aan de andere zijde van de gang. Er zijn hier twee kamers en een trappenhuis dat teruggaat op de 18de-eeuwse situatie. De kamer linksvoor wordt bereikt door de meest rechtse deur te nemen. Een oudere mogelijk 18de-eeuwse entree is dichtgezet toen de kamer zijn huidige vorm kreeg. De kamer is afgewerkt met een 19de-eeuws stucplafond in neo-Rococostijl en marmeren schouw.

 

Bel-etage – kamer linksachter

Deze kamer werd gemoderniseerd in de late 19de eeuw, maar behield een deel van de decoratieve afwerking uit 1766. Het vertrek kreeg een eenvoudig stucplafond. De deur werd verplaatst en de schouwpartij vervangen door een eenvoudige zwarte marmeren schouw met houten opbouw. Een van de vensters naar de voormalige binnenplaats werd in 1920 gewijzigd in een doorgang.

 

Bel-etage – Balieruimte

Deze ruimte ligt boven de voormalige binnenplaats en is door een trappenhuis in graniet uit 1920 gekoppeld met de kelders. Aan de zijde van de kantoorzaal staat een balie. Aan sporen in de houten latei en aan de vloer is te zien dat deze in de periode van de Raad van Arbeid was verdeeld in loketten.

 

Kantoorzaal

Dit was de kantoorzaal van de Raad van Arbeid en later de drukkerij van de firma Holster. De ruimte heeft een vlak plafond dat door balken is verdeeld in velden. Het middenveld is voorzien van glas in een houten raamwerk. De buitenste velden zijn gestuukt. Het balkwerk van het plafond wordt ondersteund door kolommen die gedeeltelijk zijn voorzien van een betegeling. Langs de wanden waren kasten. In de zaal is een gele en groene kleurstelling gevonden. Ook is een sjabloon onder de lijst van het plafond blootgelegd. Tijdens de restauratie is de terrazzovloer geheel hersteld.

 

De Kelder

De enorme kelder heeft twee parallelle tongewelven. Het rechter gewelf loopt door over de volledige lengte van het voorhuis en wordt doorgezet onder het achterhuis. Over de lengte van het voorhuis is de keldervloer in de loop der tijd mee verhoogd met het straatniveau. In het achtergedeelte van de linker kelder geeft een plavuizenvloer (grijs-zwarte tegels, 22x22cm) het oude vloerniveau aan. Een vergelijking met andere panden in de Wijnstraat leert dat dit niveau behoort bij het straatniveau van de 16de of vroege 17de eeuw.

De linker kelder werd in 1920 geschikt gemaakt tot bezoekerstoegang voor de kantoorzaal achter het huis. Over de voorste drie meter is toen, in aansluiting op trap naar de bel-etage, het gewelf verwijderd en vervangen door een betonplaat. Daar werd een portiersloge met meterkast gemaakt. Ter plaatse van de voormalige binnenplaats werd een granieten trap geplaatst die via een tussenbordes opvoert naar de bel-etage. In de wand was een tegeltableau opgenomen, dat bij het vertrek van de Raad van Arbeid is verwijderd en ingevuld met afwijkende tegels.

 

Vereniging Hendrick de Keyser zet zich in voor het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen in Nederland. De Vereniging doet dit door panden te verwerven en ze vervolgens te restaureren en verhuren. De zo opgebouwde collectie geeft een representatief beeld van de Nederlandse architectuur- en interieurgeschiedenis. De collectie omvat inmiddels 427 panden, waaronder huizen, boerderijen, buitenplaatsen, villa’s en raadhuizen, verspreid over 112 plaatsen in heel Nederland. Hendrick de Keyser organiseert voor haar leden open dagen, excursies en rondleidingen. Door lid te worden steunt u het werk van de Vereniging. Voor meer informatie zie: www.hendrickdekeyser.nl